Geld Besparen

Spaarrente in april 2026: grote banken blijven ver achter

· 5 min leestijd

De spaarrentes bij de grote Nederlandse banken blijven in april 2026 flink achterlopen op die van kleinere aanbieders. Terwijl ABN AMRO en ING hun spaarrente op slechts 1,25% houden en Rabobank op 1,40%, bieden alternatieve banken rentes tot wel 2,85% op vrij opneembare spaarrekeningen. Dat verschil kan op een spaarbedrag van 50.000 euro jaarlijks honderden euro's schelen.

ECB houdt rente stabiel op 2 procent

De Europese Centrale Bank (ECB) besloot op 19 maart 2026 voor de zesde keer op rij de depositorente ongewijzigd te laten op 2,00%. De inflatie in de eurozone stabiliseert rond het doel van 2%, waardoor de ECB voorlopig geen aanleiding ziet om de rente aan te passen. De volgende rentevergadering staat gepland voor 30 april 2026.

Toch vertaalt deze stabiele ECB-rente zich niet evenredig naar de spaarrentes van alle banken. Juist de drie grootste Nederlandse banken geven maar een fractie van die rente door aan hun klanten.

Het verschil kan oplopen tot 800 euro per jaar

Wie 50.000 euro op een vrij opneembare spaarrekening bij ING of ABN AMRO zet, ontvangt op jaarbasis 625 euro aan rente. Bij een aanbieder als Raisin Bank met 2,85% rente levert datzelfde bedrag 1.425 euro op. Dat is een verschil van 800 euro per jaar, zonder dat je je geld vastzet.

Ook andere partijen bieden betere voorwaarden. Scalable Capital hanteert momenteel 2,50%, bunq biedt 2,01% en Klarna zit daar vlak onder. Al deze aanbieders vallen onder het Europese depositogarantiestelsel (DGS), dat spaargeld tot 100.000 euro per persoon per bank beschermt.

Spaardeposito's leveren tot 3,30% op

Voor wie bereid is om geld voor langere tijd vast te zetten, zijn de rendementen nog hoger. Een spaardeposito met een looptijd van tien jaar levert momenteel tot 3,30% rente op. Bij een eenjarig deposito ontvang je rond de 2,70%. Dat is ruim het dubbele van wat de huisbanken bieden op een gewone spaarrekening.

Het nadeel van een deposito is uiteraard dat je niet bij je geld kunt tijdens de looptijd. Voor een noodbuffer is een vrij opneembare rekening daarom altijd de betere keuze, maar voor geld dat je toch niet nodig hebt, kan een deposito interessant zijn.

Nederlanders sparen recordbedragen

Opvallend is dat Nederlanders ondanks de matige spaarrentes bij hun huisbank toch stevig doorsparen. Volgens het CBS steeg de spaarquote van huishoudens van 14,5% in 2023 naar 16,3% in 2024. De Nederlandsche Bank noemt geopolitieke onzekerheid en de naweeën van de inflatiepiek als belangrijkste redenen voor dit voorzichtige spaargedrag.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens steeg in 2025 met 2,7%, mede dankzij loonsverhogingen en pensioenaanpassingen. Toch kiezen veel mensen ervoor om dat extra geld opzij te zetten in plaats van uit te geven. ING schat de economische groei voor 2026 op 1,3%, gedragen door consumenten die langzaam het vertrouwen herwinnen.

Wat kun je nu het beste doen met je spaargeld?

Financieel experts raden aan om je spaargeld te spreiden. Houd een noodbuffer van drie tot zes maanden aan vaste lasten op een vrij opneembare rekening, het liefst bij een bank die een goede rente biedt. Het surplus kun je verdelen over een of meerdere deposito's met verschillende looptijden, zodat je regelmatig weer bij een deel van je geld kunt.

Vergelijken loont meer dan ooit. Door simpelweg je spaargeld van een huisbank naar een alternatieve aanbieder te verplaatsen, kun je jaarlijks honderden euro's extra rente ontvangen. Let er wel op dat je per bank niet meer dan 100.000 euro aanhoudt, zodat je volledig onder de DGS-garantie valt.

Wat brengt de rest van 2026?

De verwachting is dat de ECB-rente voorlopig stabiel blijft rond de 2%. Analisten houden rekening met een mogelijke lichte daling in de tweede helft van het jaar, als de inflatie verder afneemt. Voor spaarrentes betekent dit dat de huidige tarieven waarschijnlijk het maximale zijn dat we dit jaar gaan zien.

Wie nu nog spaart bij een bank met minder dan 2% rente, laat dus onnodig geld liggen. Met het huidige aanbod is er geen reden meer om genoegen te nemen met de minimale vergoeding van de grote banken.