Ruim de helft van de Nederlandse particuliere beleggers denkt dat AI-aandelen in een zeepbel zitten. Toch noemen diezelfde beleggers kunstmatige intelligentie als hun grootste kans voor de komende drie jaar. Dat blijkt uit een enquête van RaboResearch onder 2.283 Nederlanders, en het is een opvallende tegenstelling: bang voor de knal, maar niet bereid om aan de kant te blijven staan.
Een kwart belegt al bewust in AI
Zo'n 25 procent van de ondervraagde beleggers zegt gericht in AI te beleggen, bijvoorbeeld via aandelen van bedrijven die bij de technologie betrokken zijn. Dat cijfer is waarschijnlijk een onderschatting. Wie een breed indexfonds op de S&P 500 of de Nasdaq heeft, zit via bedrijven als Nvidia, Microsoft en Alphabet vaak veel dieper in AI dan hij zelf beseft. AI-gerelateerde bedrijven wegen inmiddels zo zwaar mee in de grote indices dat je de blootstelling amper nog kunt ontlopen, ook niet met een simpel wereldwijd fonds.
Dat verklaart meteen waarom de meeste Nederlanders die niet beleggen toch al indirect risico lopen zodra ze pensioen opbouwen via een beleggingsfonds. AI is geen keuze meer die je bewust maakt, het zit al in vrijwel elke portefeuille verweven.
De cijfers die op een zeepbel wijzen
Volgens Mary Pieterse-Bloem, hoofd beleggingen bij Rabobank, hinken beleggers op twee gedachten. Ze zien de economische potentie van AI, maar twijfelen tegelijk of de verwachtingen op de beurs niet te ver vooruitlopen op de werkelijkheid. De cijfers onderbouwen die twijfel: 57 procent acht een zeepbel rond AI-aandelen waarschijnlijk, tegenover 49 procent voor de aandelenmarkt in het algemeen. Het wantrouwen zit dus specifiek bij AI, niet bij beleggen als geheel. De volledige uitkomsten van het onderzoek zijn terug te lezen bij vakblad Accountant.nl.
Nog opvallender is een groep van ongeveer 31 procent die AI-aandelen overgewaardeerd vindt, maar tegelijkertijd verwacht dat de koersen volgend jaar even hoog of hoger staan. Die combinatie, hoge verwachtingen naast twijfel over de waardering, is precies het patroon dat markten gevoelig maakt voor tegenvallers. Eén slecht kwartaalbericht van een grote chipmaker kan dan meteen voor een fikse koersklap zorgen, terwijl er fundamenteel weinig verandert.
Waarom niemand als eerste durft te verkopen
De psychologie achter dit gedrag is niet nieuw. Beleggers die twijfelen aan een sector, maar bang zijn iets te missen, blijven vaak toch instappen. Ongeveer 26 procent van de ondervraagden verwacht komend jaar juist meer in AI te beleggen, tegen 5 procent die wil afbouwen. Dat is een verhouding van vijf tegen een.
Nederlandse particuliere beleggers staan hierin niet alleen. Uit een peiling van Bank of America onder professionele beleggers wereldwijd noemt 43 procent AI-aandelen inmiddels een zeepbel. Als zelfs fondsmanagers met toegang tot analistenrapporten en directe lijntjes met bedrijven blijven kopen ondanks hun eigen twijfel, snap je waarom een particuliere belegger dat gedrag kopieert. Niemand wil de enige zijn die aan de zijlijn staat als de koersen doorstijgen.
De angst voor een zeepbel is overigens niet de enige zorg die beleggers hebben. Voor de komende twaalf maanden noemen Nederlandse beleggers geopolitieke ontwikkelingen als de grootste bedreiging voor hun portefeuille, vooral oorlogen buiten Europa en de onvoorspelbare rol van de Verenigde Staten op het wereldtoneel. Die twee risico's versterken elkaar ook nog eens: een groot deel van de AI-winst wordt geboekt door Amerikaanse bedrijven, dus wie zich zorgen maakt over Amerikaans beleid, maakt zich indirect ook zorgen over zijn AI-aandelen.
Is dit 2000 opnieuw
De vergelijking met de dotcombubbel van rond de eeuwwisseling dringt zich op, maar er is een belangrijk verschil. Bedrijven als Nvidia en Microsoft draaien nu al miljardenwinsten op hun AI-diensten, in tegenstelling tot de internetbedrijven van toen die vooral op groeiverhalen zonder omzet dreven. Het risico zit minder in "nep-bedrijven zonder verdienmodel" en meer in concentratie: een klein aantal techbedrijven bepaalt inmiddels een onevenredig groot deel van de beurskoersen wereldwijd.
Dat is ook precies waarom een deel van de beleggers momenteel uit Amerikaanse aandelen stapt: niet omdat ze in AI zelf geen vertrouwen hebben, maar omdat de Amerikaanse beurs zo zwaar leunt op een handvol techreuzen dat een correctie daar harder aankomt dan elders.
Zo voorkom je dat één sector je hele portefeuille bepaalt
Je hoeft AI niet te mijden om verstandig te beleggen, maar het is wel slim om te weten hoeveel van je portefeuille er daadwerkelijk in zit. Kijk in de factsheet van je indexfonds naar het gewicht van de tien grootste posities. Bij veel wereldwijde fondsen bestaat dat overzicht tegenwoordig voor een groot deel uit dezelfde vijf tot zeven Amerikaanse techbedrijven.
Wil je het risico spreiden, kijk dan naar fondsen met een lagere concentratie in de VS, of vul je portefeuille aan met Europese of opkomende markten. Herbalanceer daarnaast minstens één keer per jaar: als AI-aandelen fors zijn gestegen, is de kans groot dat ze inmiddels een groter deel van je portefeuille uitmaken dan je oorspronkelijk had gepland. Verkoop dan een deel en zet de opbrengst in andere sectoren, niet uit paniek, maar simpelweg om terug te keren naar je eigen risicoprofiel. Wie zijn vermogen wil op de lange termijn behouden in plaats van gokken op de volgende koerspiek, wint daar uiteindelijk meer mee dan met de illusie dat hij de piek kan timen.