Ruim 80 procent van de Nederlanders belegt niet. Dat bleek in maart 2026 uit onderzoek van ING onder meer dan duizend volwassenen. De helft van die niet-beleggers denkt er ook niet over na om ooit te beginnen. Als je weet dat de spaarrente bij grote banken de inflatie al jaren niet bijhoudt, is dat een opmerkelijk getal. Wat houdt zoveel mensen tegen, en is die terughoudendheid eigenlijk terecht?
Beleggen is toch gewoon gokken?
Meer dan de helft van de ondervraagden ziet beleggen als een vorm van gokken. Dat gevoel is voorstelbaar, maar de vergelijking klopt niet. Bij gokken draait het om kans: je zet in op een uitkomst waarbij de ene partij per definitie verliest wat de ander wint. Beleggen in een breed gespreide index werkt anders. Je koopt een fractie van honderden of zelfs duizenden bedrijven die dagelijks producten en diensten verkopen, winst draaien en dividenden uitkeren. Dat is geen speeltafel - dat is deelname in de reële economie.
De verwarring ontstaat doordat de beurs op de korte termijn flink kan bewegen. Koersen dalen, stijgen, en soms hard. Maar wie dertig jaar terugkijkt, ziet een lijn die ondanks alle schommelingen overwegend omhoog gaat. Dat is het fundamentele verschil tussen gokken en beleggen: bij gokken verdampt je inleg gemiddeld, bij breed beleggen groeit die gemiddeld.
Wat je spaargeld intussen doet
Zeven op de tien Nederlanders heeft zijn geld op een spaarrekening staan. Op het eerste gezicht klinkt dat veilig. Maar veiligheid is relatief als de inflatie je spaarsaldo elk jaar een stukje uitholt. In 2024 lag de inflatie in Nederland gemiddeld op 2,7 procent. De rente bij grote banken? Vaak een fractie daarvan. Het verschil verdampt stil en geruisloos, zonder dat je saldo ooit negatief wordt - en precies daardoor valt het nauwelijks op.
Het rekensommetje is simpel maar confronterend: een spaarsaldo van 10.000 euro is bij een inflatie van 2,5 procent over twintig jaar effectief nog maar zo'n 6.000 euro waard in koopkracht. Lees ook ons artikel over waarom je spaargeld elk jaar minder waard wordt voor een uitgebreide uitleg.
Hoe reëel is het risico op verlies?
Twee op de vijf ondervraagden noemt de angst om geld te verliezen als voornaamste reden om niet te beleggen. Die zorg is begrijpelijk, maar vraagt om nuance. Wie in de periode 2000-2023 maandelijks een vast bedrag in een wereldwijd gespreide ETF stak, had na twintig jaar vrijwel zeker een positief rendement - zelfs al omvatte die periode de crash van 2008. De sleutel: spreiding en tijd. Niet één aandeel kopen en hopen op de beste uitkomst, maar een brede index volgen en lang genoeg volhouden.
Wie bij elke beursklap uitstapt, realiseert wél verlies. Wie blijft zitten, ziet de portefeuille historisch gezien herstellen. Dat herstel kost soms twee of drie jaar, maar het is gekomen. De Dalbar-studie, die al meer dan twintig jaar het beleggersgedrag in de VS bijhoudt, toont keer op keer aan dat de gemiddelde belegger zijn eigen fonds slechter presteert dan de markt - puur door op slechte momenten in en uit te stappen.
Begin met wat je kunt missen
Een veelgehoord misverstand is dat je duizenden euro's nodig hebt om te beginnen. Bij de meeste Nederlandse brokers kun je al instappen met 10 of 25 euro per maand, via een automatische maandelijkse inleg in een ETF. In een fonds op de MSCI World of de S&P 500 zit je voor dat bedrag al blootgesteld aan meer dan duizend bedrijven wereldwijd, gespreid over tientallen sectoren en landen.
Stel die automatische opdracht in, en doe er daarna zo min mogelijk aan. Het rente-op-rente effect werkt het beste als je het met rust laat. Wie op zijn vijfentwintigste begint met 50 euro per maand en dat veertig jaar volhoudt, heeft bij een gemiddeld jaarlijks rendement van 7 procent meer dan 130.000 euro opgebouwd. Daarvoor heb je geen grote kennis nodig - alleen discipline en geduld. Hoe je daar de juiste doelen voor stelt, lees je in ons artikel over doelen stellen bij beleggen.
Waarom het nieuws ons een scheef beeld geeft
Een deel van de beleggersangst heeft met nieuwsconsumptie te maken. Als de AEX in één dag vijf procent keldert, staat het groot in de krant. Als de index twaalf maanden lang rustig doorstijgt, schrijft niemand een artikel. Slechte nieuws trekt aandacht; gestaag groeiend vermogen is geen verhaal.
Dat scheeft ons beeld flink. Wie alleen de financiële berichtgeving volgt, ziet een aaneenschakeling van crashes, crises en onrust. De tussenliggende jaren van stille groei blijven buiten beeld. Het gevolg is dat veel mensen de beurs als een ongeleid projectiel zien, terwijl de historische realiteit een stuk genuanceerder is.
De angst verdwijnt niet door er niets mee te doen
Bijna de helft van de niet-beleggers ziet sparen als makkelijker dan beleggen. Dat klopt - sparen vraagt minder kennis, minder keuzes en geen enkel gevoel van risico. Maar makkelijker betekent niet altijd beter. Wie zijn geld twintig jaar op een lage rente laat staan terwijl de inflatie zijn koopkracht uitholt, neemt ook een risico. Alleen is dat risico onzichtbaar, want het spaarsaldo wordt nooit negatief.
Het ING-onderzoek laat zien dat het sentiment al jaren hetzelfde is: de drempel wordt vanzelf niet lager. Wie wacht op een moment dat beleggen veilig voelt, wacht vermoedelijk heel lang. Begin klein, kies een brede gespreide ETF, stel een automatische inleg in en kijk daarna pas elke paar maanden hoe het ervoor staat. De kennis om te starten heb je na tien minuten bij elkaar - de angst hoef je niet volledig weg te nemen, maar wél te doorgronden.