Beleggen & Investeren

Overal loopt de obligatierente op, dit merk jij ervan

· 4 min leestijd

De Amerikaanse tienjaarsrente kruipt richting de 5 procent, de Duitse Bund-rente loopt op door aanhoudende inflatie en politieke onrust, en ook in Japan wordt lenen voor de overheid duurder. Voor de meeste mensen klinkt dat als abstract beursnieuws, maar het raakt recht aan je spaargeld, je pensioen en de waarde van je beleggingsportefeuille. Tijd om uit te leggen wat er gebeurt en wat je er zelf aan kunt doen.

Wat er precies gebeurt met de rente op staatsobligaties

Een staatsobligatie is simpel gezegd een lening aan een overheid. Jij (of een pensioenfonds, bank of belegger) leent geld uit, en in ruil daarvoor betaalt de overheid jaarlijks rente, de zogeheten yield. Loopt die rente op, dan betekent dat vooral een ding: beleggers willen meer vergoeding voor het risico dat ze nemen door hun geld voor tien jaar of langer vast te zetten.

Op dit moment stijgt die rente bijna overal tegelijk. In de Verenigde Staten nadert de tienjaarsrente de 5 procent, een niveau dat we al jaren niet meer zagen. In Duitsland, van oudsher de veiligste haven van Europa, loopt de rente op Bunds op omdat beleggers naast de hardnekkige inflatie ook politieke risico's inprijzen. En zelfs Japan, decennialang het land van bodemrentes, ziet de rente op staatsleningen stijgen.

Waarom beleggers ineens meer rente eisen

Drie dingen spelen hier door elkaar. Ten eerste blijft inflatie in veel landen hardnekkiger dan centrale banken hadden gehoopt, waardoor beleggers een hogere vergoeding willen om koopkrachtverlies te compenseren. Ten tweede zijn overheden wereldwijd flink aan het lenen, van defensie-uitgaven tot energietransitie, en meer aanbod van obligaties duwt de rente vanzelf omhoog. Ten derde spelen politieke risico's mee, vooral in Europa, waar beleggers onzekerheid over begrotingen en coalities laten meewegen in de prijs die ze voor staatsschuld willen betalen.

Deze week volgen bovendien twee momenten die de rente verder kunnen laten bewegen: het rentebesluit van de ECB en nieuwe Amerikaanse inflatiecijfers. Beide kunnen de huidige onrust op de obligatiemarkt versterken of juist temperen.

Wat dit betekent voor jouw aandelenportefeuille

Stijgende obligatierentes maken staatsleningen aantrekkelijker als alternatief voor aandelen. Waarom zou je het risico van de aandelenmarkt nemen als een "veilige" Amerikaanse staatslening bijna 5 procent oplevert? Dat is precies de reden waarom je merkt dat beleggers massaal uit Amerikaanse aandelen stappen zodra de rente stijgt. Vooral groeiaandelen, zoals veel technologiebedrijven, zijn gevoelig voor hogere rentes, omdat hun toekomstige winsten in de huidige rekenmodellen minder waard worden bij een hogere rentevoet.

Heb je zelf een gespreide beleggingsportefeuille, dan zie je dat effect terug: aandelenfondsen kunnen tijdelijk onder druk staan, terwijl de waarde van bestaande obligaties in je portefeuille juist daalt zodra nieuwe leningen een hogere rente bieden. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is de kern van hoe de obligatiemarkt werkt: koersen van bestaande obligaties bewegen tegengesteld aan de rente.

Spaarrekening of beleggen, wat verandert er voor jou

Voor spaarders is het beeld genuanceerder. Een hogere rente op staatsobligaties zet op termijn ook de rente op spaarrekeningen onder opwaartse druk, al lopen banken daarin traditioneel achter de markt aan, zoals je kunt zien in de verschillen die banken hanteren bij hun spaarrente eerder dit jaar. Toch verandert er structureel weinig: zolang de inflatie de spaarrente overtreft, wordt je spaargeld ieder jaar minder waard, ongeacht wat er op de obligatiemarkt gebeurt.

Voor beleggers die op zoek zijn naar een tussenweg, blijven dividendaandelen een alternatief dat regelmatig inkomen oplevert zonder dat je je geld voor tien jaar vastzet in een obligatie. Het is geen vervanging voor obligaties, maar wel een manier om niet volledig afhankelijk te zijn van koersstijgingen alleen.

Hoe je dit als particuliere belegger inschat

Je hoeft niet meteen je hele portefeuille om te gooien zodra de rente een paar tienden procent stijgt. Wat wel verstandig is: kijk naar hoeveel van je vermogen in rentegevoelige beleggingen zit, zoals langlopende obligatiefondsen of aandelen van bedrijven die zwaar leunen op toekomstige groei. Een spreiding over verschillende looptijden en sectoren vangt schommelingen beter op dan alles op een kaart zetten.

De Nederlandsche Bank publiceert regelmatig analyses over hoe rentebewegingen de financiele stabiliteit raken, en dat is geen overbodige luxe: renteschokken van deze omvang hebben in het verleden vaker tot onrust op de markten geleid dan beleggers vooraf inschatten. Zie ook de analyses van De Nederlandsche Bank voor de bredere impact op de Nederlandse economie.

Dit doe je morgen anders aan je portefeuille

Check eerst hoeveel procent van je beleggingen in obligaties zit en met welke looptijd. Langlopende obligaties reageren feller op renteveranderingen dan kortlopende. Kijk vervolgens kritisch naar aandelen die sterk leunen op toekomstige winstgroei, want die voelen een hogere rente het hardst. En volg deze week vooral het ECB-besluit en de Amerikaanse inflatiecijfers, want die bepalen of deze renteopmars doorzet of juist afvlakt. Niet reageren op elke koersbeweging, maar wel je risico kennen, dat is het verschil tussen paniekeren en een weloverwogen keuze maken.

I
Geschreven door Ibrahim Yilmaz Beleggingsanalist & crypto-expert

Ibrahim begon met beleggen tijdens zijn studie met honderd euro en een droom, en verloor de helft in de eerste maand. Die ervaring maakte hem niet voorzichtiger maar wel veel wijzer. Na jaren als analist bij een bank koos hij voor de vrijheid van onafhankelijk schrijven over crypto, beleggen en financiële innovatie. Ibrahim combineert datagedreven analyse met een vlotte schrijfstijl die zelfs de droogste materie leesbaar maakt. Hij is eerlijk over zijn eigen fouten en vindt dat financiële media veel te vaak alleen succesverhalen delen. Zijn grootste les: geduld is de meest onderschatte beleggingsstrategie.