Negen op de tien Nederlanders willen geld opzijzetten, maar bijna zes op de tien lukt dat gewoon niet. Dat blijkt uit onderzoek van ASN Bank, gepubliceerd op 12 januari 2026. Herkenbaar? Je weet dat een buffer belangrijk is, je stelt het toch steeds uit, en aan het einde van de maand is er weer niets over om weg te zetten. Twee partijen die precies weten waar het misgaat, en wat wel werkt, zijn ASN Bank en budgetinstituut Nibud. Hun cijfers en adviezen geven een helder beeld van hoe je dit jaar wel een buffer opbouwt.
Bijna iedereen wil sparen, bijna niemand houdt het vol
Uit het ASN-onderzoek blijkt dat 92 procent van de Nederlanders geld opzij wil zetten en dat 87 procent sparen essentieel vindt voor het huishouden. Toch geeft 59 procent van de respondenten aan weleens moeite te hebben met daadwerkelijk sparen. Gitte Wouters, expert financieel welzijn bij ASN Bank, vergelijkt een buffer met fysieke gezondheid: "Een spaarbuffer is de hoeksteen van een gezonde financiële huishouding." Wie financieel fit is, is volgens haar beter opgewassen tegen tegenslag.
Opvallend is dat jongeren tussen 18 en 35 jaar actiever sparen en vaker concrete doelen stellen dan oudere generaties. Van de mensen die wel structureel sparen, zet 52 procent maandelijks een vast bedrag opzij, en 72 procent daarvan boekt dat bedrag meteen door zodra salaris, uitkering of pensioen binnenkomt. Dat automatisme lijkt dus precies het verschil te maken tussen wel en niet sparen.
Waarom een buffer meer is dan een leuk extraatje
Het belangrijkste motief om te sparen is volgens het ASN-onderzoek het opvangen van onverwachte kosten, gevolgd door financiële zekerheid en het verminderen van geldstress. Voor positieve doelen staat een vakantie bovenaan, gevolgd door woningverbetering en pensioenopbouw. Dat een buffer zo hoog op het prioriteitenlijstje staat, is niet toevallig: je spaargeld wordt door inflatie elk jaar een stukje minder waard, waardoor een reserve achter de hand steeds belangrijker wordt.
Wil je ruimte maken om te kunnen sparen, dan loont het om eerst te kijken naar vaste lasten die je toch al niet gebruikt. Op streamingdiensten bespaar je vaak zonder dat je het merkt, en dat is meteen de makkelijkste eerste stap richting een buffer.
Hoeveel moet je nou eigenlijk opzij zetten
Daar wringt de schoen vaak het meest: niemand weet precies hoeveel geld genoeg is. Nibud geeft daarover een vaste richtlijn: zet ongeveer 10 procent van je nettomaandinkomen apart. Dat zei Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen in mei 2026 tegen het consumentenprogramma Kassa. Nibud vernieuwde dat jaar ook de BufferBerekenaar, een online tool die een persoonlijk bufferbedrag berekent op basis van je woonsituatie, een eventuele auto en thuiswonende kinderen.
Dat totaalbedrag kan in één keer flink oplopen, maar Gijsbertsen relativeert dat meteen: "Het totaalbedrag dat de tool weergeeft, kan fors zijn, maar heb je niet in één keer nodig." Als voorbeeld noemt hij een wasmachine van zes jaar oud, die over ongeveer één tot vier jaar aan vervanging toe kan zijn. Zulke uitgaven zijn voorzienbaar, ook al voelen ze altijd als een verrassing. In zijn woorden: "Het moment komt altijd ongelegen, maar de uitgave is geen verrassing en komt niet onverwacht."
Zo bouw je sneller een buffer op zonder dat het pijn doet
De cijfers van ASN Bank laten precies zien wat werkt: een vast automatisch bedrag zodra je inkomen binnenkomt, voordat je de kans krijgt het ergens anders aan uit te geven. Een paar concrete gewoontes die daarbij helpen:
- Zet een vaste overboeking in op de dag dat je salaris binnenkomt, niet pas later in de maand als er al van alles vanaf is.
- Gebruik onverwacht extra geld, zoals vakantiegeld, om je buffer aan te vullen in plaats van het meteen uit te geven. Nibud noemt dit zelf een verstandige gewoonte.
- Vul je buffer na gebruik direct weer aan, zodat je niet met een leeg vangnet een volgende tegenvaller tegenkomt.
- Kijk kritisch naar terugkerende uitgaven. Op boodschappen bespaar je al snel 150 euro per maand, geld dat je rechtstreeks naar je buffer kunt laten doorstromen.
- Beleg alleen geld dat je echt kunt missen. Zorg dat de buffer voor vaste lasten en reparaties los staat van geld dat je wegzet voor passief inkomen via dividendaandelen of andere beleggingen.
Begin deze maand, niet na de jaarwisseling
Het makkelijkste moment om te beginnen is nu, niet na de volgende salarisverhoging en niet na de feestdagen. Zet vandaag een klein, vast bedrag opzij, ook als het maar 25 euro is. Uit de cijfers van ASN Bank blijkt dat het niet zozeer de hoogte van het bedrag is die het verschil maakt, maar de gewoonte om het structureel te doen: wie direct bij binnenkomst van het salaris spaart, houdt dat ritme aantoonbaar langer vol dan wie wacht tot er "toch nog wat over is". Begin dit systeem vandaag, en je buffer groeit vanzelf verder, precies op de momenten dat je hem het hardst nodig hebt.